Interview met Sjoerd Sjoerdsma (D66)

Vier jaar geleden trad de Transgenderwet in werking, waarmee transgenders het geslacht in hun geboorte- akte veel makkelijker kunnen veranderen. Binnenkort wordt deze wet geëvalueerd door de Tweede Kamer. Robert Witte – redacteur van TRANS, transman en vader – sprak erover met onze fractiewoordvoerder emancipatie: Sjoerd Sjoerdsma


Soms is een nieuwe wet van grote invloed op je leven. Voor mij was dat de Transgenderwet, die op 1 juli 2014 in werking trad. Op de avond voor het kerstreces van 2013 stemde de Eerste Kamer ermee in. Ik gebruikte toen een paar weken testosteron en mijn vrouw was twee maanden zwanger. Als de wet zou worden aangenomen, zou ik bij de geboorte van ons kind als vader kunnen worden geregistreerd. Werd de wet niet aangenomen, dan zou ik ‘meemoeder’ worden, en zou ik mijn geslacht pas kunnen laten aanpassen na een jaar hormoongebruik en het laten verwijderen van mijn baarmoeder en eierstokken.

In januari publiceerde het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) het rapport Recht doen aan genderidentiteit.  Evaluatie drie jaar Transgenderwet in Nederland. 2014-2017. Hierin worden twee belangrijke verbeterpunten genoemd. De eerste is het afschaffen van de deskundigenverklaring. Hoe denkt u hierover? “Die wens snap ik heel goed. Het voelt alsof alleen een deskundige kan bepalen of jouw overtuiging tot het andere geslacht te  behoren, standhoudt. Die paternalistische  houding moet weg. Uit de cijfers blijkt dat de deskundigenverklaring slechts twee keer is geweigerd en dat mensen zelden voor de tweede keer hun juridische geslacht laten veranderen.  Dat bewijst dat de verklaring niet nodig is.”
Toen ik er zelf achter kwam dat ik transman ben, merkte ik dat ik een aantal vooroordelen had over transgenders. Herkent u dit? “Jazeker, en ik weet ook nog wanneer ik hier mee te maken kreeg. Ik zat op een rooms-katholieke school in Limburg, met een priester als directeur. Niemand was er openlijk lhbti, ook de docenten niet. Het was begin jaren negentig maar ik kende zelfs niemand op afstand die het was. Er was een gala waar een jongen uit mijn vriendengroep met een meisje naartoe ging. Zij was verliefd op hem en toen zei hij dat hij niet op vrouwen viel. Dat was een schok; hij was niet wie wij dachten dat hij was. Toch was er niets veranderd, hij was nog steeds een vriend. Ik ging erover nadenken waarom ik hem dan toch ‘anders’ vond en kwam tot de ontdekking dat ik altijd in mijn eigen bubbel had gezeten. Dat was pas raar!” 

Hoe doet u dat – qua opvoeding – met uw eigen kinderen? “Mijn dochters groeien op in Hollands Spoor, een wijk met veel meer diversiteit dan mijn witte dorp in Limburg. Daar heb ik van geleerd dat afkeer van ‘de ander’ vooral voorkomt bij mensen die ‘die ander’ nooit zien. Racisme komt het meest voor in streken waar nauwelijks mensen met een migratieachtergrond wonen. Het is een mechanisme dat ik ook zag toen ik als diplomaat in Israël en Palestina werkte. Mensen zagen elkaar niet meer, waardoor de angst voor de ander groot werd. De grote uitdaging is dat we elkaar blijven tegenkomen. Letterlijk en figuurlijk. Dan nemen vooroordelen af en kunnen deze niet verder groeien.”
Hoe staat u tegenover het loslaten van de geslachtsregistratie? “Positief! We zijn dan ook nog niet zover als ik zou willen. In het regeerakkoord is opgenomen dat geslachtsregistratie zoveel mogelijk moet worden beperkt. Daar ben ik een groot voorstander van.”

Ik keek op de website van D66 en daar wordt naar je geslacht gevraagd als je lid wilt worden. De opties zijn: ‘man, ‘vrouw’ of ‘niet opgegeven’… “Dit noteer ik, want daar moet natuurlijk kritisch naar gekeken worden.” 

Het tweede verbeterpunt is de minimumleeftijd van zestien jaar. Zowel transjongeren als hun ouders gaven in het onderzoek aan dat die leeftijdsgrens moet worden verlaagd of zelfs helemaal geschrapt. Zodat jongeren op de middelbare school al kunnen beginnen met de officiële papieren van het wensgeslacht. Hoe kijkt u daar tegenaan? “De middelbare school… ik vond het er zelf al ingewikkeld. En dat terwijl ik in het meest comfortabele hokje pas: witte hetero cisgender man (cisgender betekent dat iemands seksuele identiteit overeenkomt met het biologische geslacht bij geboorte, in tegenstelling tot transgender, red.). Als ik me dus probeer in te leven in een transgender jongere, dan zou ik zeggen: helemaal geen leeftijdsgrens aanhouden. Lhbti-jongeren zijn kwetsbaar, het aantal zelfmoorden in deze groep ligt vijf keer zo hoog als bij niet-lhbti-ers. Hoge drempels om jezelf te kunnen zijn, moet je dus wegnemen.”
Als de leeftijdsgrens wegvalt, moet er dan toestemming van de ouders zijn? “Dat vind ik ingewikkeld. Toestemming van de ouders, dat is haast ook een soort deskundigenverklaring. Waar ik me zorgen over zou maken, is een kind dat opgroeit in een SGP-gezin in een identiteit die is opgelegd door de ouders. SGP-Kamerlid Roelof Bisschop noemde de emancipatienota griezelig. Ik was ontdaan, want hij weet dat er ook in zijn gemeenschap lhbti-jongeren zijn. Dat iemand anders is dan jouw ideaalbeeld, dat kun je toch niet griezelig noemen? In feite zei hij: Als we mensen toestaan zichzelf te zijn, gaat het volledig mis. Dat mogen we niet stilzwijgend aanhoren. We moeten er voor blijven vechten dat jongeren zichzelf kunnen zijn, ongeacht op wie ze verliefd zijn of hoe ze zich voelen.”

Dit interview is gepubliceerd in Democraat (november 2018). Zie: Democraat